Gigi schrijft... Fictie, recensies, notities, brieven e.a.

Passages | 5

Jul 30
(0 votes, averaging 0.0)  (0.0)

Ze vraagt zich vaak af hoe herinneringen gemaakt worden. Waarom bepaalde grote gebeurtenissen uit het verleden in ondoordringbare mist gehuld zijn, en sommige achteloos uitgesproken opmerkingen haar decennia lang blijven achtervolgen. Zo vergezelt „jij moet leren om van eenzaamheid je beste vriendje maken” haar al zeker twintig jaar. Eerst vond ze het een kwetsend, bijna boosaardig commentaar. Later werd het een pijnlijk accurate toekomstvoorspelling. Daarna een troostend advies op haar lotsbestemming. Uiteindelijk omarmde ze het als een levensmotto, iets om na te streven. Zou haar leven anders zijn verlopen als die woorden haar nooit bereikt hadden?

Lees verder >>

Passages | 4

Jul 19
(0 votes, averaging 0.0)  (0.0)

Achter haar zonnebril sluit ze haar ogen. Naast haar raast het verkeer op de Jan van Galenstraat in een monotone, zachte ruis. Ze zet een paar ferme stappen. Voelt de zon op haar gezicht, de wind in haar haren. Spiekt even met half geloken ogen. Doet dan met haar ogen dicht nog een paar passen. Midden in de stad wandelt ze stiekem even langs het strand. Tot een opgevoerde brommer de illusie van de kabbelende branding bruut verstoort. Berustend haalt ze haar schouders op en steekt over. Keurig via het zebrapad. Ze houdt zich altijd aan de verkeersregels. Ze gelooft oprecht dat Amsterdam een nog fijnere en gelukkigere stad zou zijn als iedereen dat deed. Verder gelooft ze nergens meer in. In de jaren na zijn dood is ze langzamerhand van een idealist in een nihilist getransformeerd.
Ze houdt van dat woord, al heeft ze moeite het uit te spreken. Zelfs op haar veertigste bevat haar vocabulaire nog woorden die ze nooit heeft gehoord, alleen maar heeft gelezen. Als leesgierig kind blunderde ze daar vaak mee. Sprak eens kiosk uit als kosiek tot hilariteit van de hele klas. Sindsdien heeft haar tong faalangst. Soms zijn er dagen dat ze liever helemaal niet spreekt. Als ze toch de rinkelende telefoon opneemt, luistert ze met verbazing naar haar eigen vloeiende woordenstroom en opgewekte toon. Vraagt zich af wie dat leuke mens in godesnaam is. Herinnert zich dan altijd weer de veel oudere minnaar die haar onverwoestbaar noemde, haar dwong haar schrijfwoorden uit te spreken en de klank in haar stem terugbracht. Hun ontmoeting kwam regelrecht uit een driestuiverroman.

Lees verder >>

Passages | 3

Jul 18
(0 votes, averaging 0.0)  (0.0)

Hij heeft haar bezwangerd. Geen stap kan ze zetten, geen blik kan ze werpen zonder te schrijven. Haar hoofd is zwaar, pijnlijk gevuld met nutteloze zinnen die smachten naar vereeuwiging op papier. Zoveel triviale gedachten die het denken nauwelijks waard zijn, die ze uit wil gummen al voor ze zich vormen, maar die sterker zijn dan zij.
Natuurlijk laat hij haar weer in de kou staan. Niet dat het uitmaakt. Als hij het haar niet doet, dan zij hem wel. Ze lijken akelig veel op elkaar. Hij wil bepalen of, wanneer en hoe ze elkaar zien. Zij wil ook dat hij dat controleert maar dan wel precies op haar wensen afgestemd. Ze wil hem niet te vaak maar ook zeker niet te weinig ontmoeten. Ze verlangt naar de veiligheid van regelmaat, maar hun afspraken moeten wel impulsief en spontaan tot stand komen. Ze wil dat hij haar openlijk begeert, maar straft het minste zweempje afhankelijkheid ongenadig af. Ze is onmogelijk, en ze weet het.

Lees verder >>

Passages | 2

Mrt 19
(0 votes, averaging 0.0)  (0.0)

Ze draait zich van de bar af om naar buiten te kijken, precies op het moment dat hij van zijn gele Kronan springt. Hij smakt zijn fiets met een ongeduldig gebaar tegen een Amsterdammertje en steekt zijn arm naar haar omhoog. Zijn gezicht splijt open in een wijde grijns en dan weet ze zeker dat dit de man is met wie ze via Lycos heeft afgesproken. Met vier grote passen steekt hij de Prinsenstraat over en maait in zijn haast bijna een meisje van haar fiets. Hij verontschuldigt zich met luide stem en jolige gebaren, en zijn schaterlach om haar pinnige reactie echoot nog na in het smalle, met klinkers gelegde straatje wanneer hij De Klepel binnenstapt.
Hij legt zijn hand op haar schouder, zoent haar wang alsof hij nooit anders heeft gedaan en schuift op de lege kruk naast haar. „Wat drink jij, schatje?” vraagt hij terwijl hij de barman al wenkt. Hij bestelt hun drankjes in onvervalst Amsterdams. Zijn accent klinkt nog nadrukkelijker en totaal misplaatst in het wat elitaire café door de sportieve kleding die hij draagt; een losvallend wit sportshirt met een zwarte streep op de borst, een soort zwarte trainingsbroek en sneakers. Hij zit een beetje onderuit gezakt en met zijn ellebogen uitgestoken op de bar. Aan zijn linkerarm prijkt een smal gevlochten, zilveren armbandje. Zijn hoofd heeft hij glad geschoren. Hij fronst als hij vertelt dat hij kaal begint te worden en daarom maar een tondeuse heeft gekocht. „Geen halve maatregelen, nooit halve maatregelen nemen hoor, schatje”, grinnikt hij.  Wanneer hij lacht, valt zijn gebruinde gezicht in vriendelijke, diepe plooien; vier groeven aan iedere kant, die van zijn kraaienpootjes naar zijn mond lopen. De lijntjes rond zijn mondhoeken tillen zijn konen omhoog en wekken de suggestie van kuiltjes in zijn wangen. Hij heeft grote, witte tanden die hij veel en stralend bloot lacht.

Lees verder >>

Passages | 1

"Wir waren die Welt, jetzt hat sie dich verloren" (Christina Stürmer)

Mrt 17
(0 votes, averaging 0.0)  (0.0)

Kan ze heimwee hebben naar een land waar ze nooit heeft gewoond? Verlangen naar een leven dat nooit het hare is geweest? Chagrijnig dipt ze haar wijsvinger in het minipotje oogcrème en probeert vergeefs het hardnekkige rimpeltje boven haar linkeroog weer glad in het lid te strijken. De spiegel keert zich steeds vaker tegen haar.
Eerst was er het haartje dat uit het grappige schoonheidsvlekje op haar jukbeen begon te groeien. Toen, en ze zweert dat het in één nacht gebeurde, veranderde de zachte welving van haar hals in een heuse onderkin. De ene dag was ze nog een fris en jong ding, de volgende onherroepelijk een vrouw van zekere leeftijd. Oogleden waarop ze steeds minder make-up kwijt kan. De vroeger zo dikke, lange zwarte wimpers krijgen zelfs met de duurste mascara nog maar een fractie van hun verleidelijke allure terug. Op haar kin heeft het ene baardstoppeltje gezelschap gekregen van een tweede. En verbeeldt ze het zich, of wordt het zachte laagje dons op haar bovenlip steeds donkerder en prominenter? De uitspraak dat het leven pas bij veertig begint, moet wel verzonnen zijn door een man. Het type dat met de jaren zijn rimpels, grijze haren én aantrekkelijkheid ziet groeien, en niet zoals zij iedere ochtend met pincetten, camouflagestiften en dure smeerseltjes in de weer moet voor ze zich aan de wereld – herstel, aan mannen! - durft te vertonen.

Lees verder >>