Jul 19
(0 votes, averaging 0.0)  (0.0)

Achter haar zonnebril sluit ze haar ogen. Naast haar raast het verkeer op de Jan van Galenstraat in een monotone, zachte ruis. Ze zet een paar ferme stappen. Voelt de zon op haar gezicht, de wind in haar haren. Spiekt even met half geloken ogen. Doet dan met haar ogen dicht nog een paar passen. Midden in de stad wandelt ze stiekem even langs het strand. Tot een opgevoerde brommer de illusie van de kabbelende branding bruut verstoort. Berustend haalt ze haar schouders op en steekt over. Keurig via het zebrapad. Ze houdt zich altijd aan de verkeersregels. Ze gelooft oprecht dat Amsterdam een nog fijnere en gelukkigere stad zou zijn als iedereen dat deed. Verder gelooft ze nergens meer in. In de jaren na zijn dood is ze langzamerhand van een idealist in een nihilist getransformeerd.
Ze houdt van dat woord, al heeft ze moeite het uit te spreken. Zelfs op haar veertigste bevat haar vocabulaire nog woorden die ze nooit heeft gehoord, alleen maar heeft gelezen. Als leesgierig kind blunderde ze daar vaak mee. Sprak eens kiosk uit als kosiek tot hilariteit van de hele klas. Sindsdien heeft haar tong faalangst. Soms zijn er dagen dat ze liever helemaal niet spreekt. Als ze toch de rinkelende telefoon opneemt, luistert ze met verbazing naar haar eigen vloeiende woordenstroom en opgewekte toon. Vraagt zich af wie dat leuke mens in godesnaam is. Herinnert zich dan altijd weer de veel oudere minnaar die haar onverwoestbaar noemde, haar dwong haar schrijfwoorden uit te spreken en de klank in haar stem terugbracht. Hun ontmoeting kwam regelrecht uit een driestuiverroman.

Ze had intens liefdesverdriet. Haar vriendin ook. Jong waren ze toen nog. En veerkrachtig. Een verloren liefde vroeg nog niet om een periode van reflectie en rouw, alleen maar om snelle vervanging. Na een saaie en onsuccesvolle avond uit, plaatsten ze die zondagmiddag ieder een contactadvertentie op een website. Amuseerden zich daarna een tijdje met het elkaar op hoogdravende toon voordragen van de oproepjes van andere zoekenden. Tot ze de zijne lazen. „Dat is jouw man”, sprak vriendin dodelijk serieus. „Dat is mijn man”, zei ze gelijktijdig en even ernstig. Zonder aarzeling schreef ze hem dat. Drukte pardoes op verzendknop. Terwijl haar e-mail nog werd verstuurd, kwam er één van hem binnen. Hij eiste haar op en zij ging per omgaande akkoord.
Een uur later gaat de bel. Twee bescheiden pringeltjes. Ze hoort hoe hij de door haar op een kier gezette voordeur achter zich sluit. Volgt zijn voetstappen op de trap. Pas als hij boven is, slaat ze haar ogen neer. Ze wacht op hem in de serre waar haar naakte, gebruinde lichaam in het volle daglicht baadt. Ze zit geknield op het bed. Op zijn verzoek heeft ze haar benen wijd gespreid en haar rug gehold zodat haar borsten naar voren priemen. Haar armen liggen netjes langs haar lijf, haar handen rusten met geopende palmen op haar bovenbenen. In haar buik vechten opgewonden vlinders met blozende schaamte, en haar voeten slapen.
„Jij!” Zijn stem klinkt schor, gebroken bijna aan het voeteneind van haar bed. Hij haalt hoorbaar diep adem. „Natuurlijk jij!”. Ze heeft zijn stem herkend voor ze naar hem opkijkt. Instinctief slaat ze haar armen beschermend over haar borsten. Hij fronst licht. Gehoorzaam neemt ze haar positie weer aan, maar het is al te laat. Hij trekt het korte, moderne jasje van zijn dure maatpak uit, rolt de mouwen van zijn overhemd op en schuift dan de soepele leren riem uit zijn broek.
Ze observeert hem roerloos. Beantwoordt zijn liefkozende glimlach met een nog bredere. „Wanneer wist je het?”, vraagt hij haar. „Toen ik onderaan de trap stond, en u me naar boven wenkte.” Hij knikt. „Ik ook.” Lacht dan. „Dat was het raarste sollicitatiegesprek dat ik ooit met iemand heb gevoerd. En het spannendste. Achteraf herinnerde ik me geen woord van wat we tegen elkaar hebben gezegd. Ik was alleen maar bezig je uit te kleden en je op mijn grote vergadertafel tentoon te stellen.” „Zo, in deze houding”, vult ze aan. „Ja. En daarna in deze.” Hij duwt haar zachtjes op haar handen en voeten. Spreidt haar billen, spuugt er tussen. „Ik ga je louteren. Betekenen. Eigenen.”
Hun verhouding eindigde net zo bizar als hij begon. Op een avond belde hij haar vanuit zijn auto. Deelde mee dat hij zijn gezin had verlaten en bij haar introk. Hij arriveerde met twee koffers en een bijeengebonden bundeltje boeken. „Verplicht leesvoer”, zei hij erbij toen hij ze aan haar overhandigde. Hij plofte in een stoel, bestelde koffie, gebaarde haar aan zijn voeten en las haar de hele avond voor uit De minnaar van Marguerite Duras. Later in bed raakte hij haar niet aan. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, was het huis leeg. Zijn koffers had hij meegenomen. Op tafel lagen de boeken, haar reservesleutels en een briefje met “Lees ze allemaal. En dan nog eens. Begin met Bataille.” Dat is het laatste wat ze ooit van hem heeft vernomen. Soms zoekt ze hem nog wel eens in de voorbijgangers op straat. Maar hij kan nu iedereen zijn. Ze is zijn naam en gezicht allang vergeten. Alleen zijn initialen weet ze nog.



Emoticons
Persoonlijke info onthouden?
Kattebel
Verberg e-mail
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.